De taak van een olympiër

De schaatswedstrijd waar waarschijnlijk iedereen het meeste naar uitkijkt op de Olympische Spelen is de 10 kilometer. Het moet de dag worden waarop Sven Kramer voor eens en voor altijd gaat afrekenen met ‘de foute wissel’ van Vancouver 2010. Eigenlijk had hij dit vier jaar geleden in Sotsji al willen rechtzetten, maar hij moest toen Jorrit Bergsma voor zich dulden en genoegen nemen met zilver. Wat mij is bijgebleven van die dag, was Bergsma’s antwoord op de vraag in een interview op welk schema hij was vertrokken: “Ik ben eigenlijk niet op een schema weg gegaan.” Kramer zat aan dezelfde tafel en je zag de verbaasde reactie bij Kramer. Bergsma legde uit dat hij er blanco is ingegaan, lekker wilde rijden en het beste uit zichzelf wilde halen. Zijn plan was om ontspannen te rijden en halverwege echt te gaan schaatsen en maximaal te rijden. ”Dan komen die rondetijden er automatisch bij.” Vlak daarna zag ik beelden van Kramer op de schaatsbaan met een briefje waarop de rondetijden staan waarop hij vertrekt.

Zonder dat ik pretendeer dat dit de verklaring is voor het uiteindelijke resultaat van de 10 kilometer, vind ik het wel een mooi voorbeeld van hoe iemand taakgericht of resultaatgericht een wedstrijd in kan stappen. Taakgericht betekent dat je vooral bezig bent met hoe je wilt gaan rijden en niet met wat je rondetijd, eindtijd of klassering wordt. Mijn ervaring in mijn werk als sportpsycholoog is dat als schaatsers, en eigenlijk alle sporters, vooral bezig zijn met hun taakuitvoering, dat ze er meer vertrouwen in hebben, ontspannen zijn en zich beter focussen tijdens de race. Dit klinkt echter makkelijker gezegd dan gedaan. Je wilt namelijk graag een goed resultaat neerzetten, dus krijg dat maar eens uit je hoofd. Daarbij zijn veel mensen in de omgeving meer bezig met het resultaat dan met jouw taakuitvoering. In de schaatshal worden jouw tijden en die van tegenstanders getoond en omgeroepen. Scoreboardjournalistiek is de gemiddelde sportjournalist ook niet vreemd, dus elk interview kan weer afleiden van de taak. Je volledig afsluiten van het resultaat is nagenoeg onmogelijk, maar je kunt er minder aandacht aan besteden door op je taken te focussen.

Olivier Jean is voormalig olympisch kampioen met het Canadese estafetteteam en zei ooit: “Ik denk niet na over het podium of resultaten. Ik focus me op waar ik controle over heb op het ijs: mijn tactiek, mijn techniek, mijn mentale voorbereiding. Als ik alles goed doe en al mijn teamgenoten doen dat ook, zonder te denken aan medailles, bereiken we uiteindelijk het beste resultaat.” Een goed voorbeeld van een taakgerichte instelling. Een sportpsycholoog kan door middel van mentale training een sporter leren om meer taakgericht te worden. Het helpt om een gezonde spanning en de juiste focus te creëren. Dat maakt het vaak ook een stuk leuker. Mentale vaardigheden als doelen stellen, visualisatie en zelfspraak kunnen bijdragen aan het stimuleren van een taakgerichte focus. Ook voor de coach is het belangrijk om in samenwerking met een sporter goede taken te bedenken, waarop gefocust kan worden. In het schaatsen is dat bijvoorbeeld ‘goed achterop zitten’ of ‘de bocht uit versnellen’.

Het positieve effect van sportpsychologische interventies op de sportprestatie is door Brown en Fletcher (2016) aangetoond in een zogeheten meta-analyse. Dit is een statistische methode om de effecten van meerdere onderzoeken samen te analyseren. Zij stelden strenge eisen aan de onderzoeken die ze meenamen in hun analyse. Ze wilden bijvoorbeeld dat het effect van een interventie op een sportprestatie experimenteel werd aangetoond. Ze vonden 35 onderzoeken die aan hun eisen voldeden. Het positieve effect werd gevonden voor verschillende onderdelen van prestaties, zoals fitheid, scores en technische opdrachten. Ook komt het effect voor op alle niveaus, van beginner tot topsporter. Het effect was nog groter wanneer mensen uit de omgeving van de sporter bij de mentale training werden betrokken, zoals ouders of de coach. Sterker nog, uit het onderzoek kwamen aanwijzingen dat het effect het grootste is wanneer de coach de mentale vaardigheden leert aan de sporter. Tot slot, zowel mentale training waarin één mentale vaardigheid werd aangeleerd als waarin meerdere mentale vaardigheden werden aangeleerd, bleken effectief. Als sporter heeft het al nut om één bepaalde mentale vaardigheid onder de knie te krijgen, bijvoorbeeld ademhaling of visualisatie.

Ook dit olympische schaatsseizoen gaf een aantal schaatsers die zich heeft geplaatst voor de Spelen het belang van hun samenwerking met een sportpsycholoog aan. Een van de favorieten voor de medailles in Pyeongchang, Kjeld Nuis, zei in een interview: “Hoe vaak hoor je een sporter wel niet zeggen dat hij er met zijn kop niet bij was? En dat het een mentaal spelletje is. Het zijn kleine opmerkingen, maar ik denk dat het zeker in het schaatsen een grote rol speelt. Je wilt gewoon aan die startstreep staan met het gevoel dat je er alles aan hebt gedaan. Als ik dit niet doe, dan doe ik mezelf tekort.” Uiteraard is het geen garantie op succes, maar het mentale aspect is een van de puzzelstukjes in het grotere geheel van presteren. En vooral op de Olympische Spelen, waar de druk het hoogst is. Het wordt ook niet voor niets met hoofdletters geschreven.

 

 

Drs. Mark Schuls

Mark werkt als sportpsycholoog VSPN® en sinds 2011 doet hij dat namens zijn eigen organisatie TipTop Sport. Hij is afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen als bewegingswetenschapper en psycholoog, specialisatie sport. Hij werkt als sportpsycholoog met sporters van allerlei niveaus en leeftijden. Hij biedt mentale training aan in de vorm van een-op-een coaching, workshops en de door hem ontwikkelde online training voor jonge sporters ‘Top in je Kop’. Kijk voor meer informatie en contactgegevens op http://www.tiptop-sport.nl.

 

Bron:
Brown, D. J. & Fletcher, D. (2017) Effects of psychological and psychosocial interventions on sport performance: a meta-analysis. Sports Medicine, 47(1), 77-99.