Football Science Groningen: De trainer van de toekomst

10 oktober 2017

Nu het Nederlands elftal zich definitief niet geplaatst heeft voor het WK in Rusland blijkt er nog meer behoefte te zijn aan antwoorden op de vraag welke kwaliteiten de trainer van de toekomst moet bezitten. Op dinsdag 10 oktober vond daarom het Football Science Groningen Debat plaats. Op een toepasselijke locatie, het Noordlease stadion van FC Groningen, werd het debat geleid door de perschef van FC Groningen, Richard van Elsacker. Vanuit verschillende invalshoeken, zowel vanuit de praktijk als de wetenschap, zijn er sprekers aan bod geweest die vervolgens de discussie met de zaal aangingen.

Het debat werd afgetrapt door prof. dr. Harry Garretsen (Hoogleraar International Economics & Business aan de RUG) die sprak over het belang van leiderschap en wat we daar van kunnen leren. Doet leiderschap er toe bij bedrijven? Ja! Ongeveer 40% van de prestaties van bedrijven kun je toeschrijven aan het effect van leiderschap. Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat leiderschap niet los is te zien van de context. Want welke trainer is meer succesvol? De trainer die Feyenoord voor het 2e jaar op rij landskampioen maakt of de trainer die zorgt dat VVV zich handhaaft in de eredivisie? Hoe effectief een leider is, hangt dus erg af van de context maar volgens Harry speelt geluk ook een belangrijke rol. Een voorbeeld van een club waarbij geluk, naast vele andere factoren, een rol speelde, is Leicester City. Hoe kan het dat deze club met het kleinste budget van de Premier League toch winnaar wordt? Volgens Harry heeft dit onder andere te maken met de zeer geavanceerde methoden voor training en begeleiding die gebruikt werden. Daarnaast was Leicester City de eerste club die gebruik maakte van big data. Vanuit de zaal geeft Wouter Frencken, sportwetenschapper bij FC Groningen en lid van de stuurgroep van Football Science Groningen, aan dat FC Groningen ook voor loopt op dit gebied. Tijdens elke training wordt gebruik gemaakt van hesjes welke helpen met het verzamelen van data over de spelers. Op basis van deze data en data van jarenlange onderzoeken worden er bepaalde beslissingen genomen en beleid uitgevoerd.

Na professor Harry Garretsen werd Peter Hoekstra, oud-international en gespeeld onder diverse toptrainers, door de dagvoorzitter geïnterviewd. Peter spreekt uit eigen ervaring als hij zegt dat een leider iemand is waar spelers naar luisteren, die veel verantwoordelijkheid neemt en aan wie (jongere) spelers een voorbeeld kunnen nemen. Een voorbeeld van een trainer met goede leiderskwaliteiten is Louis van Gaal volgens Peter. Hij was eerlijk, maakte duidelijk wat hij van iedereen verwachtte en straalde autoriteit uit. Met name voor jonge talenten zou hij een goede leider zijn. Zelf probeert Peter nu als assistent-trainer bij FC Groningen ook duidelijk te zijn naar spelers en ze bewuster te maken van waar ze aan moeten werken om hun doel te bereiken.

Het publiek is inmiddels ook warm gelopen waardoor er een discussie ontstaat over het feit of je wel of niet een kijkje zou moeten nemen bij de ontwikkelingen in andere sporten. Peter geeft aan dat hij niet zozeer bij andere sporten kijkt, maar juist informatie en ideeën zoekt bij voetbalclubs uit andere landen. Ook verdiept hij zich graag in YouTube filmpjes en boeken over andere voetbalclubs en -trainers. Gerard Kemkers, voormalig schaatscoach en tegenwoordig werkzaam bij FC Groningen als manager topsport en talentontwikkeling, geeft aan dat er wel degelijk een brug te slaan is met andere sporten. Als schaatscoach heeft hij veel geleerd van het kijken naar andere sporten en het volgen van andere coaches. Deze bijdrage wil hij ook graag bij FC Groningen leveren.

Na de rust werd de 2e helft van het debat gestart met de opleidingsontwikkelaars van de KNVB Academie: Michel Wijngaards en Vanessa de Knegt – Loendersloot. Michel geeft ons een kijkje in de gang van zaken bij de KNVB door de ogen van de trainer waarbij hij verschillende facetten beschrijft. Ten eerste beschrijft hij de historie van afgelopen jaren waarbij in 2014 de conclusie is getrokken dat het tijd was om ‘ons’ voetbal in de totale breedte te herijken. Daartoe zijn verschillende betrokkenen uit nationaal en internationale kringen samen gekomen om het Nederlandse voetbal toekomstbestendig te maken. Dit heeft geleid tot het plan ‘De winnaars van morgen’, welke is opgebouwd uit elf speerpunten die zijn onderverdeeld in drie focusgebieden (de teamspeler, de trainer en de competitie). Om deze speerpunten te bereiken, was er een nieuw team nodig waarbij specialisten met diversiteit werden aangetrokken. Voor Michel en Vanessa lag de focus op het gebied van de trainer waarbij ze onder andere de visie op voetbal en leren voetballen herzien en aangescherpt hebben. Daarnaast hebben ze een nieuwe visie op leren en opleiden ontwikkeld waarbij de cursist centraal staat. De KNVB leert de cursisten om zelf na te denken over hun eigen ontwikkeling, waarbij de achterliggende gedachte is dat de cursist deze manier van werken ook overbrengt op z’n eigen spelers.

Een mooi voorbeeld van een verandering in de UEFO-Pro opleiding zijn de gewijzigde toelatingseisen. De ervaring als speler is minder belangrijk gemaakt, wat binnen het voetbal een ware revolutie was. Hierover kwam dan ook de laatste spreker van de dag aan het woord, Mischa Visser. Mischa is in mei gestart met de opleiding UEFA-Pro en is één van de eerste en weinige cursisten die geen achtergrond als profvoetballer heeft. Hij gelooft in een bepaald eindprofiel waar een hoofdtrainer in het betaald voetbal aan moet voldoen en waarbij je gaande weg moet zorgen dat je dat profiel gaat vullen. Gedurende de opleiding bezoekt hij dan ook regelmatig andere clubs in binnen- en buitenland om te ervaren hoe het er daar aan toe gaat. Wat hem inspireert, is dat ieder land en iedere club zijn eigen cultuur heeft. Vanuit al deze verschillende visies neemt hij overal iets mee om zijn eigen visie te versterken. Met het voorbeeld van Louis van Gaal die tijdens het WK in 2014 een team van 37 mensen om zich heen had, gaf Mischa aan dat managen een erg belangrijk onderdeel is van de trainer van de toekomst. Ook is Mischa van mening, ondanks dat hij tegen de term ‘laptoptrainer’ pleit, dat het gebruik van big data wel degelijk zinvol is voor de trainer van de toekomst. Data kunnen onder andere helpen bij het ontwikkelen van een speelwijze, de kwaliteiten van spelers inzichtelijker te maken en ook m.b.t. het voorkomen van blessures.