Afstuderen in het voetbal: Een kus van de duivel?

Pre-announcement: Football Science Groningen award
april 23, 2018

Op moment van schrijven (april 2018) is PSV landskampioen geworden, maar moeten er nog een aantal beslissingen vallen in de vaderlandse profcompetities. Spanning alom, want, wie gaan er strijden in playoffs voor Europees voetbal? Wie gaan er degraderen en promoveren? Wie speelt er volgend seizoen tegen de amateurs? Toch zijn voetbalclubs al bezig met volgend seizoen. Contracten van spelers en staf moeten formeel opgezegd worden, maar gelijktijdig wordt bepaald wie er nieuw bij de club binnenkomen. Dat laatste geldt ook voor stagiairs van universiteiten en hogescholen.

Tegelijkertijd wordt op universiteiten en hogescholen nog volop onderwijs gegeven. In februari zijn zelfs nog studenten gestart met een afstudeeronderzoek en de afronding en beoordeling is voor studenten en docenten nog niet aan de orde. De zomervakantie die in de voetbalwereld voor de deur staat, is voor hen nog een aantal maanden weg…

Middenin deze situatie verschijnen diverse vacatures bij Eredivisie- en Jupiler League-clubs voor studerende of net-afgestudeerde sport- en bewegingswetenschappers, zoals bij AZ, FC Utrecht, Roda JC en Go Ahead Eagles. Een goed teken, want blijkbaar openen clubs van verschillende niveaus de deuren steeds verder voor vakgenoten. De strekking van de vacatures is hetzelfde: vraag naar een gemotiveerde stagiair/werkervaringsplek’er, inhoudelijk gericht op het monitoren van trainingsbelasting (exacte vraag nader te bepalen), en een beschrijving van allerlei praktische taken, zoals het uitvoeren van testen en metingen. Zo’n plek bij een voetbalorganisatie klinkt aantrekkelijk! Maar hebben we hier niet juist te maken met een ‘Kus van de Duivel’ voor de geselecteerde kandidaat?

De aangeboden plek is natuurlijk een geweldige kans, met voordelen voor club, student en kennisinstelling. Voor de voetbalorganisatie betekent het dat het op een zéér voordelige manier, slimme, ambitieuze mensen in de organisatie kan brengen. Die extra handen maken licht werk. Bovendien kunnen voor de voetbalpraktijk relevante vragen snel bij iemand met aanvullende expertise neergelegd worden, die tevens de capaciteiten heeft om via verschillende kanalen tot een antwoord te komen. Voor de student zijn de voordelen niet op één hand te tellen. Een Betaald Voetbal Organisatie (BVO) staat goed op een CV, betekent vaak een dynamische omgeving die soms zelfs status geeft en de praktische werkzaamheden zijn een welkome aanvulling op de (vrijwel uitsluitend) theoretische jaren in de collegezaal. Voor de kennisinstelling is de samenwerking met praktijkpartners ook voordelig. Zo geeft samenwerking met voetbalclubs ‘societal relevance’ voor de onderzoekers en afdeling doordat het bijdraagt bij aan de impact van het wetenschappelijk werk. Bovendien geeft samenwerking mogelijkheden voor financiering voor onderzoeksprojecten.

Er is echter ook een andere kant. De voetbalorganisatie heeft vaak méér belang bij de praktische werkzaamheden dan bij die ene wetenschappelijke vraag die projectmatig beantwoord gaat worden. Bovendien druist de wetenschappelijke striktheid in planning, dataverzameling, procedures en analyses soms in tegen de dagelijkse gang van zaken (Coutts 2016). Voor de student bestaat vanwege bovenstaande de kans vooral ingezet te worden op praktische zaken die weinig tot niets te maken hebben met het wetenschappelijke werk. Ofwel, het risico om een ‘data monkey’ te worden (Malone 2017). Juist díe werkzaamheden vinden vaak op iedere dag van de week plaats, waardoor het voor de student noodzakelijk is om 24/7 beschikbaar te zijn, waardoor een bezoek aan ‘thuis-thuis’ of zelf sporten in het weekend meer mogelijk zijn. Bovendien heeft een klein aantal werknemers van voetbalclubs momenteel een wetenschappelijke achtergrond of zijn zij nog erg onervaren, waardoor de begeleiding op academische vaardigheden onder de maat is. Misschien wel het belangrijkste nadeel voor de student is het toekomstperspectief. Ondanks dat coaches van BVO’s aangeven dat ze idealiter meer geld beschikbaar krijgen voor wetenschappelijke ondersteuning (Brink ea 2018), is de realiteit dat weinigen na hun stageperiode kunnen blijven of ergens anders een plek bemachtigen. De plekken zijn schaars, en bovendien wordt na afronding van een project een volgende stagiair aangenomen. Tenslotte bestaan er ook nadelen voor de kennisinstelling. Op afdelingen zijn veelal vaste onderzoeksagenda’s, waar voor onderzoeksprojecten vroegtijdig aangevraagd moeten worden in verband met (medisch-)ethische toetsing en toestemmingsverklaringen. Daarvan is het de vraag of dit strookt met de problematiek van voetbalclubs, waar meer de waan van de dag regeert en ad hoc projecten ontstaan. Voor de kennisinstelling is juist een duurzame, structurele relatie met een externe partner relevant om in te investeren.

Bovenstaande maakt duidelijk dat er dus een noodzaak is om in de driehoek club-student-kennisinstelling een goede afstemming te bereiken voorafgaand aan een project. Een goede inbedding van het project in de sportorganisatie is een must. Eveneens is een langdurige overeenkomst tussen club en kennisinstelling een must. Is dat geregeld, dan is begeleiding op locatie een belangrijke succesfactor. Daarnaast kunnen een aantal kwaliteitskenmerken van stageadressen worden vastgesteld zoals gekwalificeerde begeleiding, mogelijkheden tot loopbaanontwikkeling naast de werkzaamheden, een eerlijke selectieprocedure, afspraken over taken en verantwoordelijkheden, een stageovereenkomst en formele voortgangs- en beoordelingsgesprekken en een (vrijwilligers)vergoeding afhankelijk van type overeenkomst (Malone 2017).

Ter verbetering van de onderzoeksprojecten bij BVO’s volgt hieronder een call for action:

Een oproep aan clubs:
Stel een medewerker aan met (sport)wetenschappelijke achtergrond. Daarmee komt er aandacht voor begeleiding van academische vaardigheden, ontwikkelt diegene een positief leerklimaat, zorgt diegene voor compliance aan onderzoek en voor structurele inbedding van contact met kennisinstellingen.
Zorg voor goede faciliteiten en secundaire arbeidsvoorwaarden, waaronder een werkplek, een outfit en betrouwbare en valide meetinstrumenten. Neem contact op met kennisinstellingen voor advies.
Adverteer geen losse vacatures meer, maar werk een gefundeerd programma uit, bijvoorbeeld een gezamenlijk aanvraag voor een promovendus of embedded scientist. Inbedding van wetenschappelijke kennis is noodzakelijk om te blijven ontwikkelen en niet achterop te raken.

Een oproep aan de student:
Wees kritisch op de stageplek. Voorkom dat je gekust wordt door de Duivel. De studie heeft vaak jarenlange ervaring met stageadressen, heeft een onderzoeksagenda en hanteert kwaliteitscriteria voor stageplekken. Reageer dus niet blind op een vacature maar overleg met docenten van je opleiding.

Een oproep aan kennisinstellingen:
Pas de scriptieperiode aan op voetbalagenda. Eén september starten is te laat; studenten die later starten worden lastiger onderdeel van de organisatie. Communiceer dit met studenten.
Zorg voor goede voorbereiding van student op werkveld en schets een realistisch perspectief. Praktische vaardigheden, soft skills en kennis van werkveld zijn beperkt ontwikkeld en kunnen een impuls krijgen door bijvoorbeeld het organiseren van site-visits, practica waarin testen en meten aan de orde komen en het zorgdragen voor technologie.

Samengevat, door een stageplek te creëren waar veel van eerdergenoemde aspecten getackeld zijn, wordt de kans veel kleiner dat de stage uitloopt op een teleurstelling. Tevens vergroot het de kans op kwalitatief hoogwaardig onderzoek met grote praktische relevantie. Dan wordt het misschien zelfs wel Football Science Groningen-prijswaardig* onderzoek, in plaats van een Kus van de Duivel!!!

*De voorwaarden voor de nieuwe Football Science Groningen-prijs voor het beste onderzoek met praktische relevantie worden op korte termijn bekend gemaakt via de website van het Sport Science Institute Groningen!

 

Wouter Frencken & Michel Brink

Beiden zijn initiatiefnemer en lid van Football Science Groningen.

Wouter is sportwetenschapper bij FC Groningen en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Michel is sportwetenschapper en universitair docent bij de Rijksuniversiteit Groningen/Universitair Medisch Centrum Groningen.

 

Referenties:

Brink MS, Kuyvenhoven JP, Toering TT, Jordet G & Frencken WGP. (2018). What do coaches want from sport science? Kinesiology, 50(Suppl 1), 150-154.

Coutts AJ (2016). Working Fast and Working Slow:  The Benefits of Embedding Research in High-Performance Sport. Int J Sports Physiol Perform, 11, 1-2.

Malone JJ (2017). Sport science internships for learning: a critical view. Adv Physiol Educ, 41, 569–571.