Sport, onderwijs en politiek

Sport, onderwijs en politiek;

Hoe een fobie verandert in nieuwsgierigheid

Het is mei 2018 dat ik als docent van de Hanzehogeschool Instituut voor Sportstudies voor het eerst kennis maak met de European Association for Sociology of Sport. Samen met collega’s Jim Lo-A-Njoe en Magda Boven reizen we af naar Bordeaux voor het congres Sport, Discriminations and Inclusion: Challenges to Face. Ik ga mee als ‘gast’ en niet als spreker. Ondanks mijn ‘fobie’ voor wetenschappelijk onderzoek, ben ik nieuwsgierig naar de verschillende onderwerpen. Ik ontmoet nieuwe mensen uit binnen- en buitenland. Tijdens het congres luister ik aandachtig naar onderwerpen als Current Issues in Sport Organisation Research, Sport and Governance en Sport and Health. Ik merk hoezeer ik onder de indruk ben van mijn collega Magda, als zij haar presentatie Defining competencies for voluntary sport club consultants: a quantitative and qualitative study voor een internationaal publiek verzorgt. Gedurende de week heb ik inspirerende gesprekken met andere onderzoekers als Remco Hoekman, Siegfried Nagel en Bjarne Ibsen.

Als programmamanger van Wagner ben ik lid van de beleidscommissie Economie van de Vereniging Sport en Gemeenten. Vanuit deze rol heb ik een bijdrage geleverd aan het nieuwe visiedocument Sport stimuleert. Het is een inhoudelijk samenhangende visie op het lokale sportbeleid in de komende jaren. Inmiddels mag ik als ‘expert’ meedenken in de te behandelen thema’s voor toekomstige VSG-Werkconferenties.

Ik voel mij echter nog geen ‘expert’. Mijn collega’s bij zowel de Hanzehogeschool als de Wagner schrijven wetenschappelijke publicaties of artikelen. Hoewel ik al een tijd werkzaam ben in de sport en het onderwijs, komt mijn kennis grotendeels voort uit ervaringen in de praktijk. Bijzondere ontmoetingen met mensen uit de sportwetenschap als prof. dr. Maarten van Bottenburg, prof. mr. Marjan Olfers en prof. drs. Philip Wagner. Boeiende gesprekken met mensen uit de sportpraktijk als Erik Ruts, Joost van Geel en Olympisch kampioene Marit Bouwmeester. Het zijn deze ervaringen uit de beroepspraktijk die mij helpen een actueel beeld te vormen van maatschappelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten de sport.

Het is in 2012 als ik voor het eerst kennis maak met de politiek. Het is Antje Diertens die mij benadert. Ze vraagt of ik mee wil doen om Sport en Bewegen hoog op de politieke agenda van D66 te krijgen. Ik twijfel, want weet niet goed of ik overtuigd ben van de opvattingen van deze partij. Ik besluit deel te nemen aan het Noordelijk Congres in Veenhuizen om mij te verdiepen in het sociaal-liberale gedachtengoed. Tijdens dit congres heb ik een inspirerende ontmoeting met Alexander Pechtold en interessante gesprekken met lokale politici en bestuurders. Ik merk dat mijn twijfel verandert in bewustwording. De pragmatische manier waarop ik in het leven sta en mijn idealen herken ik in D66. Vol energie en overtuiging besluit ik mee te schrijven aan wat later het Position Paper Sport zal worden. Samen met drie andere Groningers werken we aan een sociaal-liberale visie op Sport en Bewegen. Het schrijfproces dwingt ons onze passie voor de sport even te parkeren en te redeneren vanuit de 5 richtingwijzers van D66. We formuleren een progressieve visie en ambitieuze doelstellingen; de Tweede Kamerfractie wordt aan het werk gezet. Voor het eerst maak ik kennis met politieke instrumenten als amendementen en moties. Aan een Groningse keukentafel schrijven we een motie. Ik mag deze pitchen op een Algemene Regiovergadering in de provincie Groningen. De motie wordt aangenomen, wat ons de toegang geeft tot het landelijk congres. We dienen de motie in bij het landelijk bureau. Antje vraagt of ik ook ditmaal de motie wil pitchen. Voordat ik het besef, sta ik op het podium voor ongeveer 1200 D66 leden. De Eerste Kamer-, Tweede Kamerfractie en andere prominenten zitten op de voorste rij. Ik krijg 30 seconden om duidelijk te maken waarom Sport en Bewegen meer politieke aandacht verdient. Antje lobbyt intussen voor ‘sportieve’ insprekers. Het wordt geen gemakkelijke ‘wedstrijd’; het landelijk bureau ontraadt de motie. Ik doe een rode stropdas om en spreek 30 seconden. Het landelijk bureau beargumenteert haar advies aan de leden. Insprekers reageren en tenslotte krijg ik het laatste woord. Ik voel de spanning in de zaal stijgen. Het is nu of nooit. Ik denk aan de quote van Nelson Mandela: “Sport has the power to change the world”. Ik besluit gepassioneerd mijn sporthart te laten spreken. Dan wordt er gestemd. “Wie is voor deze motie?” vraagt de voorzitter als meer dan 1100 handen de lucht in gaan. Er klinkt gejuich en applaus. Ik zie een trotse Antje vanuit de zaal naar mij kijken. De motie is aangenomen! Het is de eerste stap naar meer fundamentele politieke aandacht voor Sport en Bewegen binnen D66.

Op 29 en 30 november 2018 organiseert de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) een nieuw initiatief; Policy & Politics In Sport. Een initiatief om binnen de European Association for Sociology of Sport onderzoek te doen naar beleid en politiek in de sport. Nieuwsgierigheid in wetenschappelijk onderzoek heeft inmiddels gewonnen van mijn ‘fobie’. De onzekerheid maakt plaats voor nieuwe ambities. Ik heb mij aangemeld voor de tweedaagse en doe een stap vooruit richting het onbekende.

Ik hoop dat mijn praktijkervaringen in de sport, onderwijs en politiek leiden tot  verbinding met de wetenschap. Andersom hoop ik de wetenschap te kunnen verbinden aan mijn praktijkkennis.

En misschien dat ik mijzelf dan ook kan beschouwen als ‘expert’.

 

Sander Claassen

 

Sander Claassen is een politicus voor D66 en houdt zich met name bezig met sport en onderwijs. Ook is hij docent aan de Hanzehogeschool Instituut voor Sportstudies en Programmamanager bij Wagner Graduate School.

Meer weten? Ga hier naar Sanders LinkedIn