De Fast Break van de Nederlandse Handbaldames

Een jaar geleden konden de Nederlandse handbaldames nog gewoon over straat zonder regelmatig herkend te worden. Bij thuiswedstrijden was het speciaal als de hal uitverkocht was en was het leuk als er na afloop een aantal enthousiaste kinderen een handtekening kwamen halen bij de speelsters. Hoe anders is dat nu…

Een zilveren WK-medaille en een vierde plek op de Olympische Spelen verder hebben de meiden nagenoeg elk radiostation bezocht; zitten ze aan tafel bij Humberto, Jack en Jeroen en moeten er na de thuiswedstrijden dranghekken en beveiligers worden neergezet om de handtekeningen- en selfiejagers een beetje in toom te houden. Je zou kunnen stellen dat de dames het land hebben veroverd zoals zij vanuit de Nederlandse Handbalvisie het liefste spelen: Snel, Dynamisch, Verrassend en Effectief.

Op het veld resulteert deze speelwijze in talloze Fast Breaks (in je eentje op de andere keeper afrennen) en Snelle Tegenaanvallen (met z’n allen de tegenstander overlopen, voordat zij zich verdedigend hebben kunnen opstellen). En mijn persoonlijke favoriet: de Snelle Midden-Uit, waarbij je gelijk na het incasseren van een tegendoelpunt een Snelle Tegenaanval speelt. Want in tegenstelling tot bijvoorbeeld voetbal en hockey wordt er in handbal niet ‘netjes’ gewacht tot iedereen weer klaar staat. Het spel wordt hervat wanneer je de bal weer op de middenstip hebt gebracht, ongeacht hoe vrolijk het andere team nog aan het juichen is. Het gevolg is dat de Nederlandse dames regelmatig binnen 7 à 8 seconden na een tegentreffer zelf alweer gescoord hebben. Niet alleen goed voor de stand op het scorebord, maar ook telkens een mentale tik voor de tegenstander.

Om deze speelwijze te kunnen hanteren heb je natuurlijk wel speelsters nodig met bepaalde kwaliteiten. Afgezien van technische (snelle balbehandeling) en tactische (inzicht en snelle beslissingsvaardigheid) kwaliteiten, moeten ze ook fysiek het snelle spel aan kunnen. En niet gedurende één wedstrijd, maar gedurende het gehele toernooi (ca. 8 wedstrijden). Het vraagt dus niet enkel iets van het sprint- en uithoudingsvermogen, maar ook van het herstelvermogen.

Richting de Olympische Spelen van Rio de Janeiro had het team (voor het eerst) een lange periode om zich gezamenlijk zo goed mogelijk voor te bereiden op het toernooi. Fysiek gezien was dit best een uitdaging: de speelsters hadden allemaal een lang seizoen gehad en waren toe aan vakantie, maar tegelijkertijd wil je hun conditie enigszins op peil houden om niet vanaf ‘nul’ te moeten beginnen in de voorbereiding.

Om een optimaal programma te kunnen samenstellen, hebben we tijdens de laatste weken van de reguliere competities op afstand de belasting van de speelsters gevolgd. Zo hebben we een goed beeld kunnen krijgen van hoe het er fysiek gezien met ze voorstond op het moment dat ze zouden samenkomen. Op basis hiervan zijn, met de meest recente literatuur over dit onderwerp in de hand, individuele thuisprogramma’s opgesteld en konden we de intensiteit tijdens de voorbereiding gaan plannen. Vervolgens konden we tíjdens deze voorbereiding de belasting monitoren met het Inmotio meetsysteem op Papendal. Hiermee werd tijdens de trainingen informatie verzameld over afgelegde afstanden, snelheden en hartslagen. Zodoende konden we dagelijks controleren of de gewenste belasting was bereikt en bepalen of het programma van de volgende dag wellicht moest worden aangepast. Een van de belangrijkste getallen waar we naar keken, was het aantal minuten dat was doorgebracht in de hoogste snelheidszones, want we wisten dat die waarden enorm belangrijk zijn in onze spelopvatting. Willen we ‘ons spel’ kunnen spelen, dan moeten we in staat zijn om meerdere wedstrijden achter elkaar, vele malen per wedstrijd op hoge snelheid aan te vallen.

En om dat zo goed mogelijk te kunnen doen, moeten we (naast veel trainen) ook meer te weten zien te komen over de onderliggende processen. Daarom werken we al een aantal jaren samen met Bewegingswetenschappers van de RuG om onderzoek te doen naar de belasting van trainingsvormen; de belasting tijdens wedstrijden; herstel- en wisselstrategieën; etc. Allemaal om te zorgen dat we (letterlijk) voorop blijven lopen. Zoals mijn Poolse collega in Duitse dienst gisteren tegen mij zei: “You are masters of the Fast Break”. En dat willen we graag blijven.

Ten tijde van het schrijven van deze column zijn we in Zweden bezig aan het EK en we staan momenteel tweede in onze poule. Om een goede uitgangspositie te hebben voor de volgende ronde, moet er vanavond in de laatste poule-wedstrijd worden gewonnen van Frankrijk. Frankrijk, een wereldteam (zilver in Rio) met een compleet andere spelopvatting dan wij: waar wij willen versnellen, willen zij vertragen. Om er vanavond ‘onze wedstrijd’ van te maken, zullen we het tempo dus hoog moeten maken en houden. En dan kan het wel eens een hele mooie wedstrijd gaan worden, want de Fast Break is van ons!

Richard Dik
Embedded Scientist Teamsporten, Sportcentrum Papendal
Video Analist Nederlands Handbalteam Dames