De onbeperkte spelen

Mijn lengte van 1.78 maakt mij “height-challenged” als ik wil basketballen. Is basketbal daarom oneerlijk? Nou nee, vind ik niet, het heeft me in ieder geval nooit belemmerd om te basketballen. Het betekent alleen misschien wel dat ik bijzondere andere talenten moet hebben als speler in de Amerikaanse NBA. Neem bijvoorbeeld de winnaar van de slam dunk contest, Nate Robinson is met 1.75 nog kleiner, maar die springt gewoon hoger!

10 september was ik bij de opening van de Paralympische Spelen in Rio, het evenement dat twee weken na de Olympische Spelen start, als het Holland Heineken Huis inmiddels is afgebroken en het IOC alvast diep ademhaalt omdat het feest weer achter de rug is. Toch zijn dat de Spelen waar mijn hart naar uitgaat. Tijdens de opening in een vol Maracanã in Rio, het hart van Samba, vol met niet alleen alle kleuren van de wereld maar ook alle vormen mens, kreeg ik kippenvel.

Daarna de wedstrijden, als toeschouwer juichen bij het zwemmen, baanwielrennen, rolstoelbasketbal en als klap op de vuurpijl de paratriathlon; goud voor Jetze Plat, en zilver voor Geert Schippers, beide in de klasse met zwemmen, handbiken en rolstoelrijden. Atleten tot in de details met een prestatie waar je u tegen zegt! Dit zijn de spelen die het minst gaat over je beperkingen en het meest over je kunnen. Niet de verheerlijking van het perfecte lichaam, maar van inzet, omgaan met tegenslag en plezier in bewegen. De Paralympische atleten zijn het voorbeeld van wat er mogelijk is, zelfs als je meer dan gemiddeld gehinderd bent om te sporten.

Toch moet je als kijker even wennen. De prothese wordt uitgedaan en de rolstoel wordt aan de kant gereden en zo zie je pas goed waar de zwemmers het werkelijk mee moeten doen. Op de startblokken zie je dan atleten met verschillende beperkingen, maar hoe maak je hun prestatie voor een niet bekend publiek begrijpelijk en wetenschappelijk verantwoord? Als kijker is dat niet altijd intuïtief inzichtelijk (oftewel, je snapt er soms geen snars van).

Als iemand een been mist en de ander een arm, kunnen die dan eerlijk tegen elkaar strijden? Onderzoek naar menselijk bewegen met onder andere oog voor fysiologie, anatomie en biomechanica, maakt het mogelijk hier een steeds beter onderbouwde uitspraak over te doen. Op die manier hopen we door eerlijke classificatie de hinder van de ene persoon vergelijkbaar te maken aan die van de ander en zo te zorgen dat de winst dus niet ligt aan de beperking maar aan de kunde van de winnende atleet.

Zwemmen heeft bijvoorbeeld 10 klassen voor fysieke beperking, 3 voor visuele beperking en 1 voor intellectuele beperking. Hoe houd je de sport leuk om naar te kijken én doe je recht aan de topsporters? Los van classificatie kan iedereen zwemmen, voor zichzelf of tegen anderen, in competitieverband of niet. Maar wie willen we zien op de spelen? Deze discussie is niet nieuw en vindt binnen alle sporten plaats. Wat ik zelf het belangrijkste vind is niet zozeer de Paralympische spelen, maar dat iedereen onbeperkt kan spelen. Je moet de sport kunnen doen die je leuk vindt, en mogelijk word je dan geen Olympisch kampioen, zoals ik met basketbal. Mocht je wel een Paralympische ambitie hebben dan zijn er voor iedereen meerdere keuzes sport en kies je die waarbij je talenten het beste passen.

Dr. Riemer JK Vegter
Universitair docent, UMCG, Bewegingswetenschappen