De stad als sportschool

De invloed van de vernieuwde inrichting van de openbare ruimte op sport en bewegen.
Steeds meer mensen gebruiken de openbare ruimte als sportaccommodatie. Alleen, in een klein groepje of georganiseerd in meer vluchtige en flexibele sportgemeenschappen wordt inmiddels meer gesport dan bij sportverenigingen of fitnesscentra. De fysieke en sociale omgeving zijn, veelal onbewust, van invloed op het beweeggedrag van mensen. Een aantrekkelijk park of een mooie fietsroute nodigt uit tot wandelen, fietsen of hardlopen. Toegankelijkheid, aantrekkelijke beweegmogelijkheid, maar ook esthetiek speelt een rol in het in beweging krijgen van mensen. De openbare ruimte is de grootste sport- en beweegaccommodatie van Nederland. Of mensen er gebruik van maken is van meer factoren afhankelijk dan alleen de inrichting van de fysieke infrastructuur. Hoe krijg je de mensen in de openbare ruimte in beweging?

De harde infrastructuur (inrichting), zachte infrastructuur (aanbod en organisatie) en kennis over het proces om te komen tot een optimale inrichting bepalen gezamenlijk in hoeverre de potentie van de openbare ruimte wordt benut. Een beweegvriendelijke openbare ruimte heeft een preventieve werking op de gezondheid van mensen en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan gezond ouder worden. Maar waar bewogen wordt, vinden ook ontmoetingen plaats. De socialiserende werking van de beweegvriendelijke ruimten heeft effect op de leefbaarheid van een wijk, buurt of dorp. Door mensen te laten bewegen en elkaar te ontmoeten, met name in wijken waar veel mensen wonen met een lage Sociaal Economische Status (SES), kunnen zorgkosten dalen en sociaal-maatschappelijke problematiek worden teruggedrongen. Daarnaast is een dynamisch en beweegvriendelijk natuurgebied een aantrekkelijke toeristische bestemming, waarbij het positieve effecten heeft op de economie van de regio en kansen biedt voor ondernemers om toeristische arrangementen te ontwikkelen.

Burgerinitiatief en -participatie lijken van groot belang bij de totstandkoming en de tevredenheid van de locatie. Dit kan variëren van een lang en zeer intensief traject tot een kort en matig intensief traject, waarbij de laatste variant effectiever blijkt met hetzelfde eindresultaat tot gevolg. Het is essentieel dat het initiatief van de burgers komt en dat deze groep constant wordt betrokken bij het proces. Het werkt positief om tijdens bijeenkomsten op een creatieve en interactieve manier met de burgers aan de slag te gaan. Op basis daarvan worden de ideeën en behoeften van de (potentiële) gebruikers gevisualiseerd en geïnventariseerd en vervolgens door experts vertaald naar een ontwerp. Dit ontwerp wordt ter beoordeling aan de burgers voorgelegd en na wat laatste aanpassingen resulteert dit in het definitieve ontwerp. Deze methode maakt dat iedereen de mogelijkheid heeft om mee te denken en een vernieuwde plek te creëren die voldoet aan de wensen van de betrokkenen. De samenwerking tussen verschillende experts speelt een belangrijke rol om het proces zo goed en compleet mogelijk te laten verlopen.

In de praktijk blijkt veelal dat de vernieuwde inrichting uitnodigt tot frequenter sporten, bewegen en/of spelen en positief wordt ontvangen door de omgeving. Het komt ten goede aan de leefbaarheid en sociale cohesie van de betreffende wijk. De vernieuwde inrichting lijkt niet de reden dat de gebruikers sporten en bewegen in de openbare ruimte (deze gebruikers waren al actief in de openbare ruimte), maar door de vernieuwing wordt er wel frequenter gesport in de openbare ruimte. Door de vernieuwing verplaatsen de actieve sporters hun bestaande sportmoment(en) naar de openbare ruimte. Dit kan te maken hebben met de nieuwigheid van de inrichting en het feit dat de bewoners meer tijd nodig hebben om te wennen aan de nieuwe inrichting en het sporten in de openbare ruimte. De weersomstandigheden en (het moment van) de dag zijn verrassend genoeg niet van invloed op het gebruik.

Lessons learned
Het gebruik van de vernieuwde inrichting in de openbare ruimte en de tevredenheid van de gebruikers wordt sterk beïnvloed door de mate waarin de bewoners zijn betrokken bij de totstandkoming. De plekken waar de behoeften en dus het initiatief van de bewoners zelf komt (burgerinitiatief) of waar wijkbewoners actief zijn betrokken bij het proces (burgerparticipatie) hebben een grotere kans van slagen. De nieuwe inrichting sluit dan aan op de behoeften, waardoor de tevredenheid hoog is en de vernieuwde inrichting een waardevolle bijdrage levert en wordt gebruikt. Aandachtspunt in dit proces blijft het betrekken van alle burgers (ook inactieven) uit de gehele wijk.

De vernieuwde inrichting lijkt tot op heden niet de reden dat de gebruikers gaan sporten in de openbare ruimte, maar door de vernieuwing wordt er wel frequenter in de openbare ruimte gesport. Dit hangt sterk samen met de SES van wijken. Het effect om meer mensen te laten bewegen door middel van het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte is het grootst in wijken met een lage SES. Het is dus aan te bevelen om de focus te leggen op de lage SES wijken. Er ligt een grote uitdaging in het in beweging brengen en houden van inactievelingen.

Positief

1. Burgerinitiatief en burgerparticipatie

2. Creatieve en interactieve bijeenkomsten

3. Samenwerking verschillende partijen

Negatief

1. Keuze (lage SES)wijken

2. Iedereen betrekken (ook inactieven)

3. Vervolgonderzoek gebruik en stimulering

De openbare ruimte is de grootste sport- en beweegaccommodatie van Nederland en deze heeft dus veel potentie om mensen in beweging te zetten en te houden. Desondanks is er nog weinig onderzoek gedaan naar het gebruik en de succesfactoren van deze openbare ruimte. Om de openbare ruimte ook in de toekomst nog meer van waarde te laten zijn, is het zinvol om structureel onderzoek te doen naar het gebruik en hoe dit verder gestimuleerd kan worden. Op deze manier kan de effectiviteit van de vernieuwde inrichting op de beweegvriendelijkheid in kaart worden gebracht en geoptimaliseerd.

 

Hiske Wiggers

Docent Sportkunde, Hanzehogeschool

Onderzoeker Praktijkgerichte Sportwetenschap, betrokken bij Innovatiewerkplaats Beweegvriendelijke Inrichting Openbare Ruimte (IWP BIOR) binnen het Centre of Expertise Healthy Ageing.