Dual career: topsport en studie

Jaarlijks melden zich talentvolle sporters in het hoger onderwijs. Bij RuG en de Hanzehogeschool Groningen samen gaat het om ongeveer 50-65 potentiele topsporters. De overstap naar een vervolgopleiding valt vaak samen met een verandering in de sociale context en een volgende fase in de ontwikkeling tot topsporter. Kortom een complexe situatie die sporter en begeleiding voor een uitdagende taak stelt. Waarmee is de sporter geholpen en waarmee niet?

Het beantwoorden van deze vraag vereist eerst een nadere verkenning van de veranderingen in de genoemde contexten.

In de sociale leefwereld van de sporter betekent het op kamers gaan, net als voor andere studenten, een verandering van verzorgd worden naar zelfzorgen: zelf boodschappen doen, koken, schoonmaken etc. Dit moet worden ingepast in het doorgaans strakke dagschema. Het verlaten van de vertrouwde situatie (loslaten) en de intrede in het studentenleven (opnieuw verbinden) is misschien voor de reguliere student iets waar naar uitgekeken wordt. Voor de topsportende student betekent het een extra aandachtsgebied. Vragen als: “waar ga ik wel in mee en waarin niet?” en “welke plek in de groep medestudenten wil ik hebben?” zijn bij de start van een studie actueel. Minimale deelname aan sociale activiteiten en toch verbinding houden met studiegenoten is een item wat door meerdere studenten wordt benoemd als een lastig item.

De transitie van leerling naar student gaat gepaard met dragen van een grotere verantwoordelijkheid voor het leerproces. Wordt in het middelbaar onderwijs, en in het bijzonder op een LOOT school, voor de talentsporter van alles geregeld, in het hoger onderwijs is veel mogelijk maar moet het zelf worden geregeld. Ook het samenwerken in studieteams/projectgroepen is een nieuw en vaak complicerend facet in het leerproces. De wisselende aanwezigheid en de beperkte flexibele tijd van de student-sporter zijn niet zelden pijnpunten in de samenwerking met de overige leden van een studie team of projectgroep. Het maken van duidelijke afspraken en het managen van verwachtingen is hierbij van essentieel belang. Dit geldt uiteraard ook voor het opstellen van een aangepast studieprogramma. Om de combinatie van studie en sport mogelijk te maken is planning, prioritering en het maken van keuzes onvoorwaardelijk. De invoering van het bindend studieadvies heeft de prestatiedruk in de studie vergroot. In een enkel geval kan dit in combinatie met de sportsituatie leiden tot een uitstel van de studie.

In de loopbaan van een sporter wordt rond het 18e jaar de fase van trainen van het trainen verruild voor de fase van trainen voor wedstrijden. De prestatie komt daarmee centraler te staan. Een fase waarin alles serieuzer wordt in combinatie met meer en intensiever trainen leidt tot een grotere mentale en fysieke belasting. Van jeugd- naar seniorenselecties of het halen van nationale selecties; de brede basis van deelnemers wordt steeds smaller. In deze fase wordt bepaald of talent topsporter wordt of als belofte eindigt. Vaak gaat deze fase ook nog gepaard met een verandering van vereniging en of trainer. En uiteraard de daarmee gepaard gaande verwachtingen en nieuwe ervaringen.

Al met al een fase waarin voor de talent-topsporter de nodig veranderingen en aanpassingen aan de orde zijn. Zelfs als alles “perfect” verloopt is dit een emotioneel en fysiek intensief proces. Dit vraagt een om een set van specifieke vaardigheden en eigenschappen van de sporter. In de eerste plaats is het willen slagen in zowel sport als studie een belangrijke voorwaarde. Daarnaast zijn prioritering en timemanagement van groot belang. Het geloof in eigen kunnen, omgaan met tegenslagen en zelfdiscipline completeren deze specifieke set van competenties. Een nuchtere en kritische kijk op de eigen situatie is voorwaardelijk om dit geheel te ontwikkelen. Gelukkig begint niet ieder talent op nul, maar toch zijn er uitdagingen te over.

De begeleiding van talenttopsporters is door de geschetste situatie daarom zo uitdagend en ook belangrijk. De keuze in de prioritering van sport of studie, het stellen van uitdagende maar reële doelen, het ontwikkelen van het zelfregulerend vermogen van de sporter en hen leren effectief te communiceren zijn de pijlers van de studie-sport begeleiding. De toegankelijkheid en de bereikbaarheid van het vaste aanspreekpunt, de topsportcoördinator, zijn daarbij belangrijk.

Het spreekt voor zich dat dit alles niet in één keer vlekkeloos verloopt, het is een fase waarin de topsporter (in spe) ervaring moet opdoen en moet leren van succes en van de “fouten”. Van alle kanten wordt er aan hem of haar getrokken en worden de verantwoordelijkheden groter. Ik pleit er dan ook voor om in de sport- en de studiebegeleiding de atleet intensief te volgen, waarbij het geven van (zelf)vertrouwen en het hebben van geduld doorslaggevend is voor het welslagen van deze groep bijzondere studenten. Gezien hun ambities is afremmen en het stellen van reële doelen eerder een basis voor succes dan het najagen van het hoogst haalbare. Door een op elkaar afgestemde begeleiding van sport en studie wordt de basis gelegd voor een goede start in deze cruciale fase!

 

​Ton van Klo​oster
Topsportcoördinator Hanzehogeschool Groningen
Instituut voor sportstudies