Eigen verantwoordelijkheid nemen als belangrijke vaardigheid om een profvoetballer te worden

​Nederland kent een rijke historie als het op voetballen aankomt. Een historie met een manier van voetballen waar we als relatief klein land erg trots op zijn. Helaas heeft het Nederlandse voetbal het de laatste jaren wat zwaarder. Het blijkt steeds lastiger om te overwinteren in Europa en zoals waarschijnlijk de hele wereld weet is het ons niet gelukt om ons te kwalificeren voor het EK komende zomer in Frankrijk.

Het nemen van eigen verantwoordelijkheid en het minder pamperen van spelers wordt als een van de belangrijkste 11 verbeterpunten gezien voor het Nederlandse voetbal. Waar de voetbalpraktijk spreekt van eigen verantwoordelijkheid en denkt aan vaardigheden als weten wat je doet en weten waarom je deze dingen doet, spreekt de wetenschap vaak van zelfregulatie. De definitie van zelfregulatie is weten wat jij moet doen om de allerbeste te worden. Hierin is vooral de vaardigheid om te kunnen reflecteren op eerdere ervaringen en te bepalen wat jouw sterke en zwakke punten zijn belangrijk. Op basis hiervan bepaal je dan jouw persoonlijke leerdoel. Zowel wetenschap als voetbalpraktijk benadrukken dus het belang om voetbaltalenten te stimuleren zelf keuzes te maken, initiatief te nemen en jezelf in situaties te brengen zodat je kunt leren en dus weg te blijven uit situaties die jouw voetbalcarrière schaden.

Reden voor de afdeling Research & Intelligence om in samenwerking met Bewegingswetenschappen Groningen reeds verzamelde data over zelfregulatie bij voetbaltalenten tussen 2007 en 2010 nader te analyseren.

Op basis van longitudinale scores op zelfregulatie (SRL-SRS), aantal jaren voetbalervaring, aantal trainingsuren per week, leeftijd (13-20 jaar), voetbalniveau als voetbaltalent en voetbalniveau als prof, is voor 356 voetbaltalenten een voorspellend model gebouwd. Zowel voetbalniveau als talent als voetbalniveau als prof is bepaald door gebruik te maken van de Euro Club Index (ECI). Deze index is een neutrale maat waarmee de sterkte van (inter)nationale clubteams kan worden vergeleken. Zo heeft Bayern München bijvoorbeeld meer punten dan FC Groningen.

De resultaten van het onderzoek tonen aan dat de kans van een voetbaltalent om profvoetballer te worden vooral wordt bepaald door welke jeugdopleiding het talent volgt. Dit betekent dat de kans groter is als je geselecteerd bent voor de jeugdopleiding van bijvoorbeeld Ajax, Feyenoord of PSV. Het betekent uiteraard niet dat je dan ook als prof bij deze teams speelt. Het is ook vaak een andere club in de Eredivisie en soms zelfs in een grote buitenlandse competitie. Voetbaltalenten van “kleinere” jeugdopleidingen lukt het minder vaak om de Eredivisie te halen. Ook het aantal jaren dat je al actief bent als voetballer en de mate waarin jij reflectief gedrag vertoont vergroten de kans om profvoetballer te worden. Vooral in de jaren rondom de overstap tussen de junioren en de senioren (van 20 naar 21 jaar) lijkt reflectie belangrijk te zijn. De meeste voetbaltalenten (ongeacht welke jeugdopleiding) vallen af in de 2 jaar voor (37%), op het moment van (27%) of het jaar na (26%) de overstap van de jeugdcompetities naar de profcompetitie.

In eerdere onderzoeken is reflectie vooral gerelateerd aan gedrag dat voetballers vertonen tijdens trainingen en daarmee gerelateerd aan wat zij voetbalgerelateerd moeten doen om de allerbeste te worden. Vanuit de voetbalpraktijk wordt nu ook de kritische vraag gesteld of zelfregulatie, en in het bijzonder reflectie, eveneens belangrijk is voor keuzes die spelers maken, wanneer zij zich niet binnen de hekken van het trainingscomplex bevinden. Hoe kunnen voetbaltalenten begeleid worden in belangrijke carrière keuzes als het maken van een transfer voor veel geld (maar vaak wel op de bank belanden)en omgaan met roem? Of meer algemener: Hoe kunnen we voetballers stimuleren om zelf na te blijven denken in een systeem waarin zo veel voor je geregeld wordt? Mooie stappen voor vervolgonderzoek.

 

Laura Jonker
Manager Research & Intelligence
KNVB

#Football Science Groningen