Kijken helpt, maar hoe?

​Gisteravond de Champions-League-wedstrijd Chelsea tegen Paris St. Germain gekeken. Paris St. Germain werd door de commentator vergeleken met FC Barcelona. Tiqui-taca-voetbal. De bal ging rond in een heel hoog tempo, éénmaal raken, en direct doorspelen. Voetbal tot hogere kunst verheven. Voor een tegenstander om gek van te worden. Zouden we niet allemaal zo willen kunnen spelen? Wat heb je daarvoor als speler nodig? Iets als handelingssnelheid? Dat je snel de bal kunt aannemen, en met die ene voetbeweging de bal precies afspelen, op precies de juiste manier, naar precies de juiste medespeler. Dat vraagt natuurlijk een uitstekende techniek. Een goede tiqui-taca-speler kan alles met een bal. Direct doorpassen is een vaardigheid waar zo’n speler uitputtend op heeft getraind. De bal moet goed van de voet komen tenslotte. Een ander aspect is minder makkelijk trainbaar. En ook wetenschappelijk minder doorgrond. Een goede tiqui-taca-speler moet voordat hij of zij de bal doorspeelt weten waar die bal naar toe moet. Wie van de teamgenoten is aanspeelbaar, en hoe moet die teamgenoot aangespeeld worden zodat die weer een succesvolle volgende pass kan geven? De speler moet weten hoe de situatie is, en op basis daarvan beslissingen nemen over zijn volgende handeling. Anders gezegd, de pass van de speler past op de handelingsmogelijkheden die beschikbaar zijn (slechts als zijstap, een wetenschappelijke term voor handelingsmogelijkheid is “affordance”). Om die handelingsmogelijkheden te weten moet de speler eerder rondgekeken hebben. Waar kijkt een speler dan naar? En wanneer? Er zit vast een verschil in spelers. Maar waar zit dat verschil dan in? In onderzoek dat we bij Vitesse doen proberen we antwoorden te krijgen op deze vragen. Spelers krijgen tijdens trainingen een speciale meetbril op. Met deze bril kunnen we bepalen waar ze op ieder moment in de tijd naar keken. Onze analyses brengen het kijkgedrag van individuele spelers in kaart, wat uiteindelijk moet leiden naar antwoorden op bovenstaande vragen.

Niet alleen in voetbal is kijkgedrag belangrijk. Eigenlijk is kijken essentieel in zo’n beetje iedere tak van sport. Spelers kijken naar de bal die ze moeten vangen, passen of slaan, en dat is niet voor niets. Een continue koppeling tussen de beweging en visuele informatie maakt dat bewegingen zowel stabiel als flexibel kunnen zijn. Maar om te bepalen wat die visuele informatie dan precies is, dat is zeker een uitdaging. Wat zien twee volleyballers die allebei een service zien aankomen, en moeten beslissen wie die service zal nemen? Wat ziet die speler die de service neemt om dan ook daadwerkelijk de bal te raken? Om dat uit te zoeken zou het geweldig helpen om van zowel de spelers als de bal te weten waar ze op elk moment in de tijd zijn. Het lijkt een simpel technisch klusje, maar helaas is het meten van balbewegingen nog lang zo makkelijk niet. Voor het nauwkeurig meten van de baan van een volleybal, laat staan tijdens een wedstrijd of training, is nog geen technisch (werkende) oplossing. Er zijn ideeën hoe dat zou kunnen, maar een werkende meetopstelling is nog niet beschikbaar. En wat zou het voor de vele vragen die je zou kunnen stellen over bijvoorbeeld volleybal toch prachtig zijn als je gewoon de beweging van een bal kunt meten.

Kijken is in ons dagelijkse leven, en zeker ook in sport, onontbeerlijk. Het blijft dan ook een prachtig onderwerp om te bestuderen. En niet alleen prachtig, maar ook praktisch.

Dr. ir. Frank Zaal 
Experimentele psychologie, Sportwetenschap
UMCG, RuG

#Football Science Groningen