Op de klapschaats door the Valley of Death

Wanneer je nu op een willekeurige ijsbaan komt, dan komt het geklap van de klapschaats je tegemoet. Maar dat is wel eens anders geweest. In 1997 was Tonny de Jong de eerste wereldtopper die succesvol was met de klapschaats en werd daarmee verrassend Europees Kampioen allround in Thialf. Hiermee won ze van Gunda Niemann die tot die tijd heerste en net als veel andere concurrenten (nog) niet op de klapschaats reed. Maar de klapschaats werd al 17 jaar eerder, in 1980, positief omarmt door de wetenschap. Ontwerpen van de klapschaats stammen zelfs uit 1894. Waarom gebruikte niet iedereen de klapschaats toen Tonny de Jong kampioen werd?

Wetenschappelijke vernieuwingen, zoals de klapschaats, worden langzaam of niet opgepikt in de praktijk. De kloof van wetenschappelijke ontdekking naar een veelgebruikt product is groot. Dit wordt ook wel “the Valley of Death” genoemd (zie figuur 1). De klapschaats is hier, na enige tijd, wél succesvol doorheen gekomen, maar veel andere ontdekkingen niet. Dat is erg jammer, want er is veelbelovend onderzoek dat alleen al het schaatsen sneller en beter kan maken; bijvoorbeeld over pacingstrategieën, techniekanalyses, talentontwikkeling, trainingsmethoden, starttechnieken en meer. En hoewel ze allemaal prestaties zouden kunnen verbeteren, is het maar de vraag welke wetenschappelijke ontdekkingen de tocht door de Valley of Death overleven.

Figuur 1: Weergave “Valley of Death” aangepast op basis van figuur op www.sri.com/blog/brazil-visits-sri-discuss-its-economic-development-roadmap

In de afgelopen jaren is er een belangrijke stap gemaakt om de kloof van wetenschap naar praktijk te dichten door de komst van de “embedded scientists”. Dit zijn wetenschappers die de sportpraktijk dagelijks ondersteunen met hun wetenschappelijke kennis. Maar daarmee blijft de kennis hangen rondom de embedded scientist. Voor het bereiken van de sport in de breedte is het nodig dat ook de bedrijven de innovatie oppakken en doorontwikkelen tot een veelgebruikt product, zoals de klapschaats.

Toch is het begrijpelijk dat er zoveel uitvindingen sneuvelen in de vertaling naar de praktijk. Het is duur en risicovol om een concept te ontwikkelen tot product. Bedrijven hebben resultaten op korte termijn nodig, en wetenschappers denken erg fundamenteel. Door deze mismatch blijven veel wetenschappelijke ontdekkingen lange tijd op de plank liggen. De kloof tussen wetenschap en een uiteindelijk product kan gedicht worden door een grote financiële impuls, maar het kan denk ik effectiever door de keten beter te organiseren.

Door wetenschap en bedrijven dichter bij elkaar te brengen en eerder te verbinden, kunnen we meer vernieuwingen werkelijkheid laten worden. Wetenschappers worden wél afgerekend op hun impact in tijdschriften, maar bijna niet op de doorwerkingen van hun uitvinding in de praktijk. Naast een H-index (maat voor de impact van wetenschappelijke publicaties van een wetenschapper) zouden we een waardering systeem voor de toegevoegde waarde van wetenschappelijke onderzoek aan innovatieve producten en de sportpraktijk kunnen ontwikkelen. We zouden een laagdrempeliger register van intellectueel eigendom kunnen gebruiken, zodat wetenschappers door middel van royalties of vereenvoudigde patenten krediet krijgen voor hun werk. Door wetenschappers vanaf het begin van hun onderzoek te verbinden met bedrijven, worden ze tevens scherp gehouden op de mogelijke toegevoegde waarde van hun kennis voor het bedrijfsleven en de eindgebruiker.

Bedrijven, anderzijds, kunnen door de vroege verbinding met wetenschappers wél aan ontwikkeling doen. Zelfs als ze te klein zijn voor een eigen R&D afdeling. Ze kunnen zich eenvoudiger verbinden aan toegepast onderzoek, en lopen, ondanks de relatief lange looptijd van wetenschappelijk onderzoek, uiteindelijk voorop in innovaties.

Het verbinden van bedrijven en wetenschappers in een vroeg stadium is precies wat we in het Innovatielab Thialf doen. In Thialf traint de wereldtop, en we gebruiken het complex als “living lab”, samen met bedrijven, de wetenschap en de sport. Ondersteund door deelnemende bedrijven proberen we wetenschappelijke innovaties te bewerkstelligen met marktwaarde. Minder verdwalingen in de Valley of Death dus. Hierdoor hoeven uitvindingen van nu, niet 17 jaar in Thialf te blijven liggen voordat ze de sport vooruit kunnen helpen.

 

Inge Stoter

Manager Innovatielab Thialf en PhD student in talentontwikkeling in schaatsen