Relaxed naar Rio

De staf van het Nederlands elftal staat voor een enorme uitdaging. Door de langer lopende buitenlandse competities en play-offs is de selectie pas enkele weken voor de eerste WK-wedstrijd compleet. De vraag is hoe je in deze korte voorbereidingsperiode het team optimaal kunt voorbereiden. Is het nog wel mogelijk om spelers aan het eind van het seizoen fitter te maken of zou de aandacht moeten gaan naar het optimaliseren van het herstel en de tactiek?

Topvoetballers hebben een vol wedstrijdprogramma. Naast de eigen competitie en Europese wedstrijden is er deze zomer ook een WK. Volgens de FIFA staat het recordaantal voetbalwedstrijden op 90 in een seizoen. Dat betekent dat deze spelers ongeveer twee wedstrijden per week spelen en tijdens toernooien soms nog vaker.

Als wedstrijden kort achter elkaar worden gespeeld, hebben voetballers onvoldoende tijd om te herstellen. Dit is bijvoorbeeld te zien aan de verminderde prestatie tijdens sprongtesten drie dagen na een wedstrijd. Het lijkt erop dat met name het versnellen en vertragen met veel richtingsveranderingen een forse belasting is voor het lichaam. Daarnaast is voetbal een contactsport waarbij tackles voor nog meer schade kunnen zorgen. Door deze hoge wedstrijdbelasting hebben spelers meer kans op blessures. In het profvoetbal zijn spelers gedurende een seizoen gemiddeld 12% van de tijd niet inzetbaar. Als je net als Kevin Strootman pech hebt, krijg je deze blessure vlak voor het WK en moet je thuis vanaf de bank toekijken. Op de werkvloer zouden trouwens bij een ziekteverzuim van 12% alle alarmbellen afgaan, maar dat terzijde.

Voor het verbeteren van tactiek is groepstraining noodzakelijk, maar het controleren en reguleren van de individuele belasting wordt dan heel complex. Spelers worden tijdens groepstrainingen heel verschillend belast, omdat een partijvorm andere eisen stelt aan spelers. Waar de één constant in beweging is, staat de ander veel stil. Ook bij gelijke activiteiten, zoals het aantal sprintjes, kan de individuele belasting variëren, afhankelijk van bijvoorbeeld het conditionele uitgangsniveau. Juist in de voorbereidingsperiode van het WK is dit fysieke uitgangsniveau van individuele spelers heel verschillend. Dit wordt veroorzaakt door de variatie in trainings- en wedstrijdprogramma’s bij clubs en bijvoorbeeld door de terugkeer van blessures. Het individueel monitoren van de belasting is dan cruciaal.

Om optimaal te kunnen herstellen van de trainings- en wedstrijdbelasting zijn verschillende interventies mogelijk. Denk aan koude baden, goede hydratie en voeding. Simpele adviezen voor een beter slaapgedrag zijn het ontwikkelen van vaste routines en een goede slaaphygiëne. Deze strategieën lijken het herstel na een wedstrijd gunstig te beïnvloeden. Dus geen zware training, maar met rust, reinheid en regelmaat naar Rio!

 

Dr. Michel Brink

Sport Scientist (universitair docent), Rijksuniversiteit Groningen

#Football Science Groningen